T&C   Berseba   Brekeldschool 182

Wat hebben we bereikt in de vorige ondersteuningsplan
periode?

Het ondersteuningsplan 2023-2027 kende drie programmalijnen (expertise, maatwerk en samenwerking) die gestoeld waren op een bestaand fundament. Kort samengevat komt de evaluatie van ondersteuningsplan 2023–2027 erop neer dat op al deze thema’s vooruitgang is geboekt. Hieronder lichten we dit nader toe. Tegelijk geldt voor geen van de doelstellingen dat ze ‘af’ zijn: er is sprake van een voortdurende doorontwikkeling.  

Expertise
Als het gaat om expertise zien we dat schoolteams en individuele leerkrachten beter zijn toegerust door gerichte scholing, het versterken van expertise op de regiobijeenkomsten en kennisdeling onderling. Vrijwel alle leerlingen krijgen onderwijs en ondersteuning die past bij hun ontwikkeling. Ons aantal thuiszitters is beperkt, al is iedere thuiszitter er één te veel.

Tegelijkertijd vraagt het thema expertise nog steeds de aandacht. Niet iedere leerkracht voelt zich toegerust voor zijn/haar taak. Een thema wat hierin vaak wordt gehoord is het omgaan met specifiek gedrag. Tegelijkertijd is het van belang dit thema niet te versmallen tot individuele competenties: een leerkracht kan en hoeft geen expert op ieder gebied te zijn. Van belang is hier juist ook de expertise die binnen het gehele team aanwezig is. Verder speelt werkdruk een rol. Schoolleiders wijzen daarnaast op het toenemende probleem van personeelstekorten en personeelsverloop. Het is daarom van belang om met waardering te kijken naar de mooie stappen die zijn gezet én om concreet stappen te zetten die de onderwijspraktijk ondersteunen. Er liggen kansen in het verder verhogen van de collective teacher efficacy (het vertrouwen van leraren dat ze gezamenlijk in staat zijn positieve resultaten te behalen) en het benutten van specifieke expertises tussen scholen.

Maatwerk
Als we kijken naar maatwerk zien we dat scholen hun aanbod voor extra ondersteuning hebben verdiept en verbreed. Zo is het aanbod voor meer-en hoogbegaafde leerlingen sterk verbeterd. Daarnaast zijn via handelingsgericht (integraal) arrangeren de ondersteuningsteams op de scholen verder geprofessionaliseerd.  Tegelijk heeft het integraal arrangeren de samenwerking met ouders, gemeenten en de jeugdhulp versterkt. Verder heeft het hoorrecht van leerlingen een structurele plek gekregen. Ook wordt de werkwijze van de loketten en de benaderbaarheid ervan positief gewaardeerd door de scholen. We zien ontwikkelmogelijkheden in het nog beter benutten van de (regel)ruimte die er nu al is en het gezamenlijk bekijken wat er wél kan, juist in een complexe en uitdagende omgeving. Het kan dan onder meer gaan om het benutten van de mogelijkheden van plaatsing op een reguliere andere school en het bewust creëren van voorzieningen in het reguliere onderwijs.

Samenwerking
De samenwerking tussen regulier en gespecialiseerd onderwijs is geïntensiveerd via pilots, structureel overleg en gezamenlijke beleidsontwikkeling (onder meer rond de beleidsregel inclusieve leeromgeving). Verdere integratie bevindt zich nog in de planfase.  In elke regio wordt op een constructieve en betrokken manier samengewerkt.

Berséba participeert met Driestar Educatief, het reformatorische samenwerkingsverband voor voorgezet onderwijs (RefSVO), het Hoornbeeckcollege, en de besturenorganisaties VGS en KOC/VBSO in het lectoraat Herbergzaam Onderwijs. Het lectoraat doet praktijkgericht onderzoek naar de ontwikkeling van herbergzaam onderwijs.  De inzichten die het onderzoek opleveren worden gebruikt om de onderwijspraktijk en ondersteuning binnen de regio verder te versterken. Ook heeft dit geleid tot het inhoudelijk duiden van het begrip ‘herbergzaamheid’. De samenwerking met gemeenten, voorschoolse voorzieningen en het voortgezet onderwijs is verder uitgebouwd.

Tegelijkertijd denken we dat, gezien de ontwikkelingen die gaande zijn, juist ook op dit vlak verdere stappen nodig zijn, bijvoorbeeld op het gebied van jeugdhulp. We zien ontwikkelmogelijkheden in het verder bevorderen van de bestuurlijke regionale samenwerking waarbij sprake is van een gedeelde visie en eigenaarschap binnen de regio voor toekomstbestendig reformatorisch onderwijs. Ook denken we dat er nog verder kansen liggen in de bredere communicatie binnen onze achterban over wat ‘herbergzaam onderwijs’ inhoudt zodat bijvoorbeeld ook ouders op de hoogte zijn van de richting die we inzetten.

Fundament
Afgelopen beleidsperiode is de keuze gemaakt voor de invoering van een gedeelde financiële verantwoordelijkheid bij verwijzing naar gespecialiseerd onderwijs. Ook verantwoorden schoolbesturen jaarlijks hun ondersteuningsmiddelen via ‘beleidsrijk begroten en verantwoorden’. De reserve van Berséba blijft onder de signaleringswaarde van de Inspectie.  Mogelijke vervolgstappen richten zich op het verder beperken van de administratieve last en het heroverwegen van het huidige model voor de verdeling van middelen

Wat gebeurt er om ons heen?

Het onderwijsveld en de maatschappij zijn voortdurend in beweging. Hieronder worden de belangrijkste trends op hoofdlijnen geschetst.

Ontwikkelingen in leerlingen en onderwijspraktijk

De leerlingaantallen zijn relatief stabiel (hoewel hier regionale verschillen zijn), maar de ondersteuningsbehoeften van leerlingen nemen toe. Dit staat in een maatschappelijke context waarin veel nadruk ligt op individuele talentontwikkeling en prestaties. De Onderwijsinspectie wijst in haar ‘Staat van het Onderwijs 2025’ erop dat het welbevinden van zowel leerlingen als leerkrachten onder druk staat.

Ontwikkelingen in personeel en randvoorwaarden

We zijn dankbaar voor de grote bevlogenheid van de professionals die werken in het onderwijs. Tegelijkertijd zien we dat deze professionals een hoge werkdruk ervaren. Op dit moment zijn, afgaande op de landelijke cijfers, de personeelstekorten tijdelijk iets minder dan de afgelopen jaren. Dit zal bij ongewijzigde omstandigheden slechts kort duren omdat vanaf 2028 veel werknemers met pensioen gaan.  De tekorten zullen sterk toenemen t.o.v. afgelopen jaren. We zien dat in de huidige situatie de personeelstekorten al druk zetten op de organisatie van ondersteuning op de scholen. Om in de toekomst een domino-effect (toenemende werkdruk leidt tot uitval personeel wat weer leidt tot toename werkdruk) te voorkomen, wordt een andere manier van werken gevraagd. Er is een groeiende behoefte om expertise dichter bij de groep te organiseren. Tegelijk moeten randvoorwaarden zoals tijd, middelen en verwachtingen beter aansluiten op de praktijk. Zo zien we bijvoorbeeld op het gebied van onderwijshuisvesting, ondanks de vele oproepen vanuit de sectororganisaties, nog geen financiële keuzes worden gemaakt.

Ontwikkelingen in landelijk overheidsbeleid

De overheid streeft ernaar dat in 2035 de meeste scholen de overgang naar inclusief onderwijs hebben gemaakt. Deze ambitie is uitgewerkt in de werkagenda Route naar inclusief onderwijs 2035, waarin centraal staat dat leerlingen met en zonder extra ondersteuningsbehoefte zoveel mogelijk samen onderwijs volgen, bij voorkeur dicht bij huis en in samenwerking met zorg en jeugdhulp. Daarbij ligt de nadruk op sterke regionale samenwerking, flexibiliteit in ondersteuning, het delen van expertise tussen regulier en gespecialiseerd onderwijs en het versterken van de professionalisering van leraren. In deze ontwikkeling krijgt het samenwerkingsverband steeds meer de rol van netwerkorganisatie met een regiefunctie. De schoolbesturen krijgen steeds meer verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd benadrukken sectororganisaties terecht dat voor een succesvolle uitvoering van deze ambitie een aantal belangrijke randvoorwaarden moet worden vervuld.

 Ontwikkelingen in de externe context

Het onderwijs heeft te maken met een onvoorspelbaar politiek klimaat en een veranderende positie van het denominatief onderwijs. Daarnaast neemt het aantal thuiszitters in ons land toe, wat extra druk legt op samenwerking en het functioneren van het systeem.

Ook zien we dat gemeenten, vanwege beperkte budgetten, jeugdhulp op andere manieren inzetten.

Wat vindt de inspectie van ons?

Het laatste onderzoek van de Inspectie was in 2022. De Inspectie geeft Berséba een ‘goed’ voor de indicator ‘dekkend netwerk van voorzieningen’. Onze regionale aanpak wordt ‘voldoende’ beoordeeld. Advisering en beoordeling toelaatbaarheid beoordeelt de Inspectie eveneens als ‘voldoende’. Ook besturing, kwaliteitszorg en ambitie worden ‘voldoende’ beoordeeld.  Voor het verslag van dit bezoek verwijzen we naar de website van de inspectie. (rapport inspectie)

Wat zegt de SWOT–analyse over ons?

Op basis van de evaluatie en ontwikkelingen is eerst een SWOT-analyse (sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen) gemaakt. De uitkomsten hiervan zijn in onderstaande afbeelding weergeven.

SWOT aangepast 8 juni