
Visie is een veelgebruikt begrip geworden. Binnen Berséba geven we hier invulling aan met behulp van de vier vragen van Hans van der Loo, die richting geven aan het formuleren van een gedeelde visie:
Met ‘wij’ en ‘onze’ worden in de eerste plaats de aangesloten schoolbesturen en scholen bedoeld. Daarnaast de medewerkers van de bureauorganisatie. Samen vormen zij de netwerkorganisatie Berséba.
1. Hoger doel
Ons hoger doel bouwt voort op de grondslag zoals verwoord in hoofdstuk 1. Vanuit deze basis bieden we herbergzaam onderwijs zodat alle betrokkenen kunnen floreren en leren om anderen en het algemeen belang met hun gaven te dienen. We zorgen met elkaar voor passende ondersteuning voor alle leerlingen op onze scholen. We realiseren dit, ieder vanuit zijn eigen rol, bij voorkeur in of dicht bij de eigen woonplaats, met de school als herbergzame leef- en ontwikkelgemeenschap.
In drie kernwaarden verwoorden we de manier waarop we samen willen werken binnen zowel de netwerkorganisatie als de bureauorganisatie van ons samenwerkingsverband.
Samen
Berséba is een SAMENwerkingsverband. Besturen (met hun scholen) werken samen binnen Berséba aan een gezamenlijke opdracht. Deze opdracht vereist wederzijdse betrokkenheid, samenspel en een gezamenlijk ervaren verantwoordelijkheid, waarbij iedereen eigenaarschap toont. Daarbij is er een pedagogische focus als het om leerlingen gaat. Leerlingen gaan zoveel mogelijk samen naar school.
Barmhartig
Barmhartigheid is een Bijbelse kernwaarde. Vanuit die overtuiging willen we dienstbaar zijn en binnen ons samenwerkingsverband herbergzaamheid bieden voor kinderen in een belangrijke fase van hun leven. We werken vanuit ons hart, uit liefde voor kinderen en voelen mee met kinderen die het moeilijk hebben. Mede daarom leggen we veel nadruk op het lesgeven vanuit een pedagogische context.
Gedreven
Onze gezamenlijke visie en ambitie vragen om gedrevenheid en nauwgezetheid, juist omdat we willen aansluiten bij de vragen en opgaven die in het onderwijs leven. Besturen (met hun scholen) en de bureauorganisatie van Berséba werken hierin flexibel samen vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid voor passend en herbergzaam onderwijs. We willen van toegevoegde waarde zijn voor elkaar, door kennis en ervaring te delen en elkaar scherp te houden.
Berséba kenmerkt zich in een aantal verschillende kernkwaliteiten. Er staat een stevige landelijke netwerkstructuur met korte lijnen. Berséba kent de scholen en scholen kennen Berséba. Als netwerkorganisatie worden scholen, ouders en partners samengebracht rond de ondersteuningsvragen van leerlingen. Daarbij wordt zorggedragen voor een zorgvuldige en heldere toewijzing van passende ondersteuning. Dit alles gebeurt vanuit een gedeelde reformatorische identiteit, die richting geeft aan de manier van samenwerken en begeleiden.
De koers van Berséba is gericht op het realiseren van herbergzaam onderwijs: onderwijs waarin iedere leerling zich welkom, gezien en veilig weet en waarin we gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor vorming, ontwikkeling en leren. Deze beweging richt zich niet in de eerste plaats op welke school of in welke setting een leerling onderwijs volgt, maar over wat een leerling (binnen de groep) nodig heeft om zich te kunnen ontwikkelen.
Zoals eerder aangegeven, bestaat er soms spanning tussen beoogde richting en de dagelijkse praktijk in de scholen. Juist daarom hebben we samen met de stakeholders verkend wat nodig en helpend is om onze doelen te realiseren. Dit heeft geleid tot een koers op hoofdlijnen, samengevat in vijf koersuitspraken. Deze worden hieronder kort weergegeven en in het volgende hoofdstuk verder uitgewerkt.
1. We werken en denken vanuit de gemeenschap.
Wij zien onderwijs als een gezamenlijke opdracht. Niet het individu staat centraal, maar de leerling (en het teamlid) in zijn context: de groep, de school, en scholen onderling. De school als gemeenschap waarin gaven zowel worden benut ten dienste van de eigen ontwikkeling als van de ander.
2. We versterken de pedagogische en didactische basis.
Goed onderwijs vormt het fundament. Zingeving en welzijn zijn hier onlosmakelijk aan verbonden. Het onderwijs richt zich op vorming, ontwikkeling en leren (kwalificatie, socialisatie en personificatie)[1] .
3. We kiezen voor flexibele en passende organisatievormen
Om herbergzaam onderwijs te realiseren, is flexibiliteit in de organisatie van onderwijs én ondersteuning nodig. Dit vraagt om andere manieren van werken, verdelen van financiële middelen, organiseren en samenwerken, met duidelijke communicatie en gedeeld eigenaarschap.
4. We versterken het gespecialiseerd onderwijs en ontwikkelen het door.
We werken toe naar een inclusiever onderwijssysteem richting 2035, waarin regulier en gespecialiseerd basisonderwijs steeds meer gezamenlijk wordt georganiseerd. Tegelijkertijd blijft gespecialiseerd onderwijs in combinatie met de benodigde zorg behouden voor leerlingen die deze vorm van onderwijs nodig hebben.
5. We sturen samen op kwaliteit, uitvoering en ontwikkeling
Om de doelen van Berséba te realiseren zijn duidelijke randvoorwaarden nodig. Die maken het mogelijk om beleid niet alleen te formuleren, maar ook daadwerkelijk te laten werken in de praktijk van scholen en het netwerk. Ze geven richting aan hoe we samenwerken, organiseren en verantwoorden.
[1] G. Biesta, Het prachtige risico van onderwijs